8 meter 'Wadkrabber'

1. De oorsprong

Levenslang in de weer met botenbouw, besloot Rob Nijman, na een carrière in de maritieme sector en watersport, eind 2004 verder als botenbouwer door het leven te gaan. Het vinden van een ontwerp dat voldeed aan zijn eisen bleek echter niet eenvoudig: het moest een mooie boot met klassieke uitstraling worden, geschikt voor binnen- en buitenwater, veilig te bevaren door een gezin en die bovendien goed zou zeilen. Die laatste eis beperkte de keuze, want er klotsten erg klassiek aandoende ontwerpen rond, waarvan de zeileigenschappen weinig indruk maakten.

Na een rondgang langs enkele Britse en Amerikaanse ontwerpers besprak Nijman de resultaten met Hans Vandersmissen, die in vele Wadden- en Noordzeetochten zijn drascombe 'Pride of the Fleet' tot het uiterste heeft gedreven. Ervaring met grotere platbodems en scherpe kieljachten had beide heren geleerd -wat vissers en vrachtschippers al eeuwen wisten- dat een boot voor Nederlandse wateren geen diepe kiel moet hebben en de mast makkelijk moet kunnen strijken. Een jacht voor de Waddenzee moet bovendien niet te groot zijn: hanteerbaarheid en kunnen droogvallen zijn belangrijke ingrediënten voor zorgeloos pleziervaren. Dezelfde eigenschappen zijn handig voor de Engelse Oostkust en de Deense Wadden, waar de boot veilig naar toe moet kunnen zeilen.

Spoedig had Vandersmissen een schets geproduceerd van de 'Wadkrabber', die Nijman aansprak. Scheepsbouwkundige Arend Lambrechtsen werd er bij gehaald, die het ontwerp uitwerkte en doorrekende. Arends opvattingen over vaareigenschappen en ergonomie strookten precies met de reeds levende gedachten. Het Symbiotisch Driemanschap begreep elkaar en vulde elkaars talenten aan, zodat 'werk'-besprekingen voor iedereen leerzaam en voor het bootje vruchtbaar waren. Gesproken werd aan de hand van de 'stafeisen'.

2. Stafeisen

. een handzame, snelle zeiler, ook aan de wind op zee
. in staat met roer en zwaard opgehaald bij de wind te zeilen;
. een diepgang van hooguit 40cm, om alle wantijen te nemen en rechtop droog te vallen;
. vier kooien van 2m lengte, goede zithoogte onderdeks en een ruime kuip;
. eenvoudig yawltuig, goed trimbaar, makkelijk te reven, geen kwetsbare in-mast rolconstructies;
. gemakkelijk strijkbare masten om het vaargebied te verruimen voorbij vaste -of sporadisch bediende- bruggen;
. een praktische 'werk'boot met traditionele uitstraling;
. een betrouwbare binnenboorddiesel;
. voldoende sterk en met intern drijfvermogen om de overlevingskan bij aanvaring met een boei, in zee drijvende zware balken of een container te verhogen.

3. Ontwerp

a. Gedachten achter het ontwerp

De ervaringen met 'Pride of the Fleet' -single handed zeetochten naar Engeland en in de Duitse Bocht, met gezin van vier personen en hond over de Wadden- hebben een grote invloed gehad op het ontwerp van Wadkrabber. Zo zijn yawltuig en diepgang vergelijkbaar, en is het voorschip opvallend scherp om soepel door zeeën te lopen. Maar de leefruimte is groter, ontworpen voor een gezin van vier lange lijven, de forse kuip is zelflozend, het vrijboord is hoger, de stabiliteitsomvang veel ruimer. Aan het lijnenplan is lang gekneed om een optimum te vinden tussen soepel zeegedrag, stabiliteit, snelheid en het vermogen rechtop droog te vallen. Daarbij fungeerde, behalve de slordige eeuw gecombineerde zeilervaring van het Symbiotisch Driemanschap, nog meer historie als inspiratiebron.
Zeewaardige, ondiepgaande werkboottypen van vroeger, zoals de Yorkshire coble en de snelle Beer luggers uit Devon, vertrokken van het strand en zeilden toch prima. Cruciale eigenschappen van die werkboten zitten ook in Wadkrabber.
De scherpe voorvoet, geringe diepgang en het dragend achterschip combineren een prettige gang in zee met balans onder helling.
Met de scherpe kop, het gestrekt vrijboord en de mooi geproportioneerde kajuit, oogt Wadkrabber klassiek en praktisch.
Op ambachtelijke degelijkheid is niet bezuinigd: eiken mastwangen, een oersterk eiken beting door het voordek tot op de kiel, dito bolders achterop, een zelflozende kuip waarin je aan de lieren kunt staan, een kajuit in massief mahonie die houvast biedt, een stevige verschansing die aan dek werken veilig maakt en een handzaam werktuig met grenen masten, giek en gaffel.
Toen werkboten nog geen motor hadden, moest het tuig zomer en winter, bij nacht en ontij, boot en bemanning thuisbrengen. Bij harde wind, als moderne zeejachtjes binnen liggen, moest met open boten onder dichtgereefd zeil doorgewerkt worden: vleet of hoekwant binnenhalen, loodsen overzetten, ankers uitbrengen, of mensen redden, want ook dat gebeurde met zeil- en roeiboten.
De Wadkrabber heeft zo'n werkbotentuig, om onder alle omstandigheden zeilend thuis te komen. In 'Wadkrabber' zit de ervaring van 100 jaar zeilen en een slordige 30.000 zeemijlen. Dat blijkt uit iedere constructie. Daar is over nagedacht, het zit er doorleefd.

b. Het ontwerp: algemeen

Wadkrabber combineert de handzaamheid en geringe diepgang van een kleine boot met de zeegangseigenschappen van een grote. Bovendien is ze traditioneel mooi, met gezonde zeeg en een daar bij passende opbouw. De kajuit is voldoende hoog voor beschutting in de kuip, houvast aan dek en zithoogte daaronder; en voldoende laag om mooi te zijn. Het vrijboord is voldoende hoog om de zee buiten te houden en de comfortabele kuip zelflozend; en laag genoeg om de windvang te beperken en de schoonheid te verhogen.
Behalve mooie verhoudingen heeft Wadkrabber een lage kruiphoogte van slechts 1,45m en kunnen de masten gemakkelijk worden gestreken. Voeg daarbij de geringe diepgang van 0,35m en weinig wateren zijn nog onbereikbaar: van Amsterdamse grachten tot de Noordzee, van Weerribben tot de Rede van Helgoland. Met hetzelfde gemak waarmee u de Noordzee oversteekt, scharrelt u de ondiepe river Rother naar Sandwich op, om onder de lage brug in het stadje door verder te varen, naar het Romeinse fort uit de 1e eeuw. Daar bent u gegarandeerd het enige Nederlandse jacht!
De hond uitlaten op de Razende Bol, een ijsje kopen bij een strandtent of over de volle breedte van het Randmeer varen: de Wadkrabber kan overal de drukte ontlopen, op plaatsen waar de meeste andere jachten blijven hangen met mast of kiel.

c. Het ontwerp: lijnenplan

Wadkrabber heeft lijnen om te zoenen. Voor wie daar kijk op heeft. Zelfs heeft ze enigszins concave waterlijnen voorin, net als de twee grootste zeiltoppers in de zeehistorie: vikingschepen en clippers. In plaats van een sterk weggesneden voorvoet, die veel moderne jachten aan de wind op zee wat klapperig maakt, heeft Wadkrabber een mooi scherp voorschip, dat zorgt voor een soepel gedrag in zeegang. Naar achteren toe wordt het onderwaterschip vlakker, maar met mooie ronde kimmen, om de zeegangseigenschappen smeuïg te houden. Toch valt Wadkrabber rechtop droog.
De kont combineert een flink draagvermogen met zo geveegd mogelijke vertikalen voor een goede afstroming. Ook de roerbalans onder helling heeft veel aandacht gekregen, zodat Wadkrabber voorspelbaar (en houdbaar) blijft sturen. Voor het oog zijn de boorden bovenin de spiegel ietwat ingetrokken, zoals bij de gouden ouwe Vertue, wat het classic appeal vooral versterkt.
Een zó ondiep jacht compleet zelfrichtend maken lukt niet, maar Wadkrabber richt zichzelf als zij is platgeslagen, ongeveer vanaf 100°. Dankzij 300kg ballast op het vlak en de uitwaaierende spantvorm (de boot is dus aan dek beduidend breder dan op de waterlijn, net als een Colin Archer) bereikt zij omstreeks 35° haar grootste richtend koppel.
Door de naar buiten vallende spantvorm is het effectief vrijboord van Wadkrabber hoger dan het oogt en vaart de boot tamelijk rechtop. In combinatie met de scherpe kop maakt deze flinke uitwatering dat Wadkrabber een opvallend droog varend jacht is.

d. Het ontwerp: het tuig

Op een lengte van nog geen 8m lijkt een tweemasttuig overdreven. Toch: veel historische werkboten hadden net zo'n tuig omdat het zo handig was:
een druiltje, helemaal achterop, heeft een sterk effect op loef- of lijgierigheid en dient daarom als stuurzeiltje, zowel om de boot zelfsturend te krijgen als om, in krap vaarwater, de manoeuvre te ondersteunen, bijvoorbeeld om heel snel op te loeven;
ten anker zorgt het druiltje dat de boot recht op de wind blijft en bij wind dwars op de stroom minder slingert;
onder fok en druil stuurt de boot in balans, ook hoog aan de (harde) wind, zodat het grootzeil in alle rust gereefd (of weggelaten) kan worden;
doordat de mast verder naar voren staat dan bij een eenmaster, vaart Wadkrabber ook in balans onder enkel grootzeil, wat het rustig manoeuvreren in havens of bij kunstwerken makkelijk maakt;
het houarigrootzeil kan daarbij onder alle invalshoeken van de wind worden gezet of gestreken;
dankzij het voorlijk zeilpunt van de fok, lenst Wadkrabber veilig bij zwaar weer, zeker omdat zij over het (opgehaald) midzwaard niet kan 'struikelen';
bij storm met weinig ruimte naar lij, kan Wadkrabber uitstekend bijliggen achter de enkele druil. Brekers drukken haar dan opzij in plaats van om. Veel gevallen zijn bekend van vlotgaande schepen, zoals midzwaardschoeners en Chinese jonken, die bijliggend de zwaarste stormen overleefden, terwijl diepe kielschepen even verderop met man en muis vergingen. Vissersbommen en -loggers van weleer reden stormen uit achter de vleet, met slechts de bezaan bij.

e. De stuurkuip

De kuip heeft een zeer traditionele inrichting, met echte stuurbank, waarop de stuurman naar voren kijkt. Na vele jaren de nek tijdens lange zeewachten onder 90° te hebben verkrampt, vonden we het tijd voor een ergonomische inrichting. In de 'kuipvleugels' staat u recht achter de lieren en kunt u goed kracht zetten of desnoods iemand uit het water halen. Dankzij die 'vleugels' is er ook meer loopruimte dan gebruikelijk. Ideaal om de boot te wrikken of om lange stukken staand te sturen en aldus in beweging te blijven, als Engeland nog 14 uur zeilen is.
De kuip is voldoende diep om veilig beschutting te bieden, maar toch zó ondiep dat hij zelflozend is en dat je gemakkelijk vanuit de kuip aan dek kunt stappen. Aan de achterzijde van de kuip twee stevige bolders. Het achterdek biedt ruim plaats aan èrg luie zitters.

f. De motor

De Wadkrabber kan overal komen zonder motor en laat zich goed wrikken, maar soms zit de wind gewoon tegen in een heel smal vaarwater, of moet verplicht de motor op standby, zoals op de Nieuwe Waterweg of het Prinses Margrietkanaal. De mogelijkheid van een buitenboordmotor is onderzocht maar ongeschikt bevonden. Moeilijk op te bergen of uit het water te halen, veel ruimtebeslag waar dat lastig was, etc. Gekozen is voor een Volvo Penta D1-13 binnenboorddiesel, 13pk en meer dan voldoende om Wadkrabber uit ieder gevaarlijk gat te duwen en direct bij te zetten. De gasolietank van 45 l is ruim voldoende voor een Noordzee-oversteek.

g. De kajuit

Als de elementen woest om de muts gieren is een gezellige, zeevaste kajuit het behoud van het moreel. Comfortabele, 2m lange zeekooien, rechtop zitten zonder knik in de nek, zeevast koken en een praktische kaartentafel, houden de bemanning fit. Dat is belangrijker voor de veiligheid dan een serie reddingvlotten. De zwaardkast heeft de dubbelfunctie van zeevaste zitplaats voor kok en navigator. De hoogte onderdeks is ±1,50m. dat is voor de meeste mensen geen stahoogte, maar die is op zee ook niet nodig: zeevast zitten is belangrijker en in de haven kan het luik open. In de kombuis prijkt een klassiek half cardanisch Taylor tweepits primus fornuis met grill. De (niet standaard) bijpassende Taylor kachel houdt Wadkrabbers binnenwerk ook buiten de zomer behaaglijk.

h. De bouw

Wadkrabber wordt gebouwd in woodcore, met 20mm houten kern, in epoxy met Kevlar matten en blank gelakte mahonie spiegel. De binnensteven is van eiken, dwarsschotten in 18mm volmahonie hechthout en de motor staat op houten liggers van 60mm. De kajuit is van 18mm mahonie.
Kortom: Wadkrabber is oersterk en bloedmooi, vaart als een droom en is het meest begeerlijke bezit dat een echte kaehrel zich kan wensen.

Afmetingen:
Lengte 8,00 m
Breedte 2,45 m
Diepgang zwaard op 0,36 m
Diepgang zwaard neer 1,68 m
Zeiloppervlak ca 31 m2
Leeggewicht circa 1900 kg

Nijman Jachtbouw en Maatwerk in Hout

Nijman jachtbouw is opgericht in 2005 en is gespecialiseerd in de bouw van de Wadkrabber. Daarnaast worden ook kleine doch fijne andere boten in woodcore gebouwd, zoals Canadese kano's en whitehall roeiboten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Nijman Jachtbouw

Hertzweg 22
4338 PX Middelburg,
0118-651541
06-50645266